Terug naar overzicht

PITPOINT VEROVERT HET BUITENLAND

INTERVIEW MET PITPOINT CEO ERIK KEMINK

17 augustus 2017

Nederlandse bedrijven gelden internationaal als koplopers op het vlak van duurzame mobiliteit. Een van de uitblinkers is zonder twijfel PitPoint, dat inmiddels ook een serieuze sprong naar het buitenland heeft gewaagd. Hoe verovert PitPoint na Nederland ook de rest van Europa? We vroegen het Erik Kemink, CEO van PitPoint.

In Nederland heeft PitPoint ondertussen een stevige marktpositie. Wat verklaart dat succes? “We zijn voorloper op het gebied van duurzame mobiliteit. We leveren brandstoffen die betaalbaar én betrouwbaar zijn”, zo stelt CEO van PitPoint Erik Kemink. Dat laatste is misschien de grootste verdienste van het bedrijf. Ondanks dat het na de oprichting nog in de pioniersfase zat, is de kwaliteit altijd op peil gehouden volgens de CEO. “Dat moet ook als je aan partijen levert waarvoor transport de core business is. Wij hebben de kwaliteit altijd kunnen garanderen omdat de hele keten georganiseerd is binnen het bedrijf.”

Bij PitPoint werken engineers, maar ook de makers van de producten en de mensen die deze producten onderhouden. Daarnaast is er ook een interne marketing en salesafdeling. “Juist omdat we al die verschillende componenten aan boord hebben, horen en weten we alles. Daardoor zijn we in staat betrouwbare brandstoffen te leveren. Wanneer je zelf verantwoordelijk wordt voor het onderhoud, blijk je in de praktijk nog betere producten te maken, al zou dat misschien niet zo moeten zijn.”

FOCUS OP HET BUITENLAND

Hoewel PitPoint in Nederland misschien wel koploper is op het gebied van duurzame mobiliteit, zowel qua omvang als positie, blijft het aandeel relatief klein op de totale schone brandstofmarkt. De grote uitdaging is dus niet om de positie te verbeteren, maar wel om de totale markt te vergroten. Om twee redenen zet PitPoint in op het buitenland. Allereerst is er de defensieve strategie. Kemink: “De Nederlandse markt ontwikkelt zich niet heel hard en we zijn enorm afhankelijk van de overheid en haar beleid. Door ook in het buitenland actief te zijn, spreiden we ons risico en kunnen we harder groeien.” Dat laatste is meteen de tweede reden. “We geloven dat wij met ons bedrijf veel meer te bieden hebben dan enkel het bedienen van de Nederlandse markt. Het CO2-vraagstuk is daarenboven een wereldwijd vraagstuk.”

“Wij willen vervoer verschonen en het is heel gaaf om onze kracht op meer plekken te kunnen inzetten.” Kemink verwacht veel van de kansen van PitPoint in het buitenland. Veel meer nog dan die in Nederland.

Het bedrijf is momenteel al volop actief in België en Duitsland, maar wil ook graag naar Frankrijk en Denemarken. “Het gaat zo hard daar en Nederland is zowel geografisch als qua omvang van de bevolking natuurlijk veel kleiner. Mijn verwachting is dan ook dat we qua omzet snel (binnen drie à vier jaar) groter zijn in het buitenland dan in Nederland”, aldus Kemink.

In België zijn er momenteel 6 CNG-tankstations van PitPoint en 7 andere zijn nog gepland in 2017. Daarnaast heeft PitPoint in Antwerpen een niet-publiek waterstoftankstation voor de bussen van De Lijn.

BUITENLAND VEROVEREN

PitPoint gelooft dat een lokale organisatie dé manier is om het buitenland te veroveren. “Bij de ontwikkeling van tankstations en laadpunten heb je met lokale overheden te maken en lokale klanten”, legt Kemink uit. “Dat werkt alleen wanneer je de markt echt begrijpt.”

Een half jaar geleden heeft PitPoint daarom zijn organisatiestructuur gewijzigd. NederlandDuitsland en België hebben allemaal een lokale organisatie gekregen. “Langzaam maar zeker worden steeds meer taken naar de landenorganisaties overgebracht. Tegelijkertijd stellen we de kennis en kunde die voorhanden zijn zo goed mogelijk ter beschikking.”

RISICO’S

De grootste risico’s – zowel voor duurzaam vervoer als de organisatie specifiek – zitten hem volgens de CEO vooral in het overheidsbeleid. Houdt de overheid aan de ambities vast? “Voor onszelf geldt dat we beducht moeten zijn voor snelle groei. We moeten die organisatorisch bij kunnen houden. Wij zijn met zo’n 25 miljoen euro omzet en vijftig medewerkers nog steeds maar een kleine club, maar we doen grote dingen en groeien wel hard.” Kemink doelt bijvoorbeeld op het convenant dat onder meer met Volkswagen werd gesloten om in Duitsland tegen 2025 1 miljoen CNG-auto’s op de weg te hebben rijden en 2000 CNG tankstations te hebben gerealiseerd. “Dat zijn hele grote plannen, die veel van ons als bedrijf vragen. In snelle groei zit altijd een risico, al zal dat onze ambities niet remmen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *